Terug naar concert

Toelichting op het programma van het concert van Duo Belder en Kimura


In de wereld van de muziek klinkt vaak het volgende gezegde: Bach is “hemels” en Mozart is “paradijselijk”. Ze hebben dan ook beiden gewonnen bij de top 400 van radio 4. Bach als eerste met zijn Matthäus Passion, Mozart tweede met zijn Requiem.
Het programma van vanavond biedt twee paradijselijke composities van Mozart. Daar tussenin staat een verrassend Rondeau van de zoon van de hemelse componist: Carl Philipp Emanuel Bach.
Het programma besluit met een hartstochtelijke vioolsonate van Beethoven.
Deze reus kwam overigens niet verder dan een 22ste plek in de top 400 met zijn Negende Symfonie.
Beethoven schreef zijn sonate in 1801. De andere composities stammen uit de tweede helft van de 18e eeuw. Het was een periode, waarin de ingewikkelde polyfonie van Bach en zijn tijdgenoten plaats maakte voor heldere melodieën, een duidelijke harmonische gang en nieuwe vormen.
Thema's die met elkaar contrasteerden, vaste combinaties van toonsoorten: die elementen beheersten de nieuwe sonatevorm. In zijn Sonate voor viool en pianoforte in Bes uit 1779 laat Wolfgang Amadeus Mozart dat ook horen. Het Allegro Moderato begint met een zangerig eerste thema, waarin pianoforte en viool elkaar afwisselen. In het tweede thema speelt het ritme de hoofdrol. Het heeft een totaal ander karakter. Toch kan Mozart de tegenstellingen met elkaar verzoenen. Hij leidt zijn thema's naar een virtuoos en feestelijk slot. De paradijselijke Mozart glanst in het Andante sostenuto e cantabile. Viool en pianoforte zingen in rijke melodische lijnen.
Een flitsend Rondo rondt de Sonate af.
Carl Philipp Emanuel Bach experimenteerde met de nieuwe stijl, die zo ver af lag van die van zijn vader Johann Sebastian. Aan het einde van zijn loopbaan als Kapelmeister in de stad Hamburg gunde hij zichzelf de tijd voor studie. Hij componeerde zes series van Fantasieën, Rondo's en Sonates voor “Kenner und Liebhaber” tussen 1779 en 1787. Abrupte tempowisselingen, contrasten en vreemde combinaties van samenklanken fascineerden hem. Het rondo met zijn steeds terugkerende thema en gevarieerde tussenstukken paste perfect in zijn streven naar vernieuwing. Bachs Rondeau in C is daar een kort maar krachtig voorbeeld van.
De pianoforte geldt als achttiende-eeuwse voorganger van de piano. Het instrument produceert minder volume dan de piano, maar is daarentegen puntiger van klank en sneller door een lichtere aanslag.
Mozart componeerde zijn Fantasia in c voor de pianoforte. De Fantasia werd in 1785 in Wenen gepubliceerd samen met de Sonate in c klein. Om die reden doet de Fantasia in aanvang denken aan een voorspel tot de Sonate, vagelijk aan een Preludium van J. S. Bach.
Het driemaal herhaalde beginmotief suggereert een improvisatie.
Mozart fantaseert op het motief, maar gaat dan toch over naar een lichte, speelse melodie.
De Fantasia wemelt van de verrassende fragmenten. Een ritmisch gedeelte met korte motieven en versieringen eindigt in een stortvloed aan gebroken akkoorden en stijgende en dalende toonladders.
Een rustig deel gaat vooraf aan een virtuoos stuk met felle bastonen. Ook dit wordt afgesloten met gebroken akkoorden.
Mozart eindigt zijn Fantasia met een herhaling van het begin. De compositie lijkt misschien op een lappendeken aan mooie vondsten, maar wordt daarentegen een eenheid door de tussenstukken. Deze vormen met hun akkoorden, accenten en verstilde momenten de rode draad.
In 1801, net in de 19e eeuw, presenteerde Ludwig van Beethoven zich met zijn Sonate voor viool en piano in a. Het was, alsof hij de vorige eeuw in één keer van zich afsmeet.
Met een onstuimig motief in de piano barst hij los in het Presto. De viool versterkt de piano met onverwachte accenten, samen razen ze door in een dalende lijn. Even komt de muziek tot rust in een dansend tweede thema, maar de onverbiddelijke toon is gezet. De onrust blijft, ook na een nieuwe zachtmoedige melodie.
Beethoven beheerste de kunst van het verwerken van kleine motieven. Bach en Haydn waren daarin zijn voorbeelden. Maar hij bekrachtigde deze techniek met zijn grillige fantasie.
In het tweede deel, Andante scherzoso più Allegretto, zoekt hij de kalmte. Hij baseert zich op kleine motieven, die hij voortdurend varieert. Hij speelt met polyfonie.
Met een schitterend Rondo, Allegro molto, brengt Beethoven lyriek en passie in evenwicht. Na een aantal herhalingen verdwijnt het Rondo-thema zacht in een unisono slottoon van viool en piano.

Els de Boer